POLSKI OWCZAREK NIZINNY
FCI

Standard FCI N° 251 / 07-08-1998 

 Polski Owczarek Nizinny (Berger Polonais de Plaine)

ORIGINE: Polen

          ALGEMEEN BEELD EN KARAKTER:

    De Poolse herder van de laagvlakte is een middelgrote, compacte, sterk bespierde hond met een lange dichte vacht.  Zijn goede verzorgde vacht geeft hem een aantrekkelijk en interessant uitzicht.  Hij is levendig, maar beheerst van aard, waakzaam, oplettend, leerzaam en bezit een goed geheugen.  Hij is bestand tegen ongunstige klimaatsomstandigheden.

     

  • Schofthoogte:

    Reuen: 45-50 cm
    Teven : 42-47 cm

     

  • Proporties Hoogte/lengte: 9/10

     

  • Type: De hond moet het werktype bewaren en mag daardoor niet kleiner zijn dan de minimummaten.  Hij mag ook niet te fijn of te teer zijn.

     

  • Gebruik: Gemakkelijk handelbaar, hij werkt als herder en bewaker en in de stad is hij een goede gezelschapshond.

                                    HOOFD:

  • Van middelmatige grootte en verhouding, niet grof.  Zijn dicht ingeplante haren op de schedel, wangen en kin geven aan het hoofd de indruk groter te zijn dan in werkelijkheid. Verhouding schelde snuit 1/1, of snuit mag iets korter zijn.
  • Schedel: Middelmatig breed, licht gewelfd, voorhoofdsgroef en achterhoofdsknobbel goed voelbaar.
  • Stop: Goed aangeduid.
  • Snuit: Sterk met sterke neusrug.
  • Neus: Zo donker mogelijk in verhouding tot de vachtkleur.
  • Lippen: Goed aanliggend, de randen in dezelfde kleuren als de neus.
  • Gebit: Sterk gebit stevige tanden, schaar of tanggebit.
  • Ogen: Van middelmatige grootte, ovaal, niet uitpuilend, hazelnootkleurig, met levende en doordringende blik.  Donkere oogomranding.
  • Oren: Hangend, tamelijk hoog aangezet, van middelmatige grootte, hartvormig, breed aan de basis.  De voorzijde liggen tegen de wangen.  Oplettende beweeglijke oren.

                                    HALS:
    Middellang, sterk bespierd, zonder keelhuid, eerder horizontaal gedragen.

                                    LICHAAM:

  • Silhouet: Eerder rechthoekig dan vierkant.
  • Schoft: Goed geaccentueerd.
  • Rug: Recht en krachtig bespierd.
  • Lendenen: Breed en goed gebonden.
  • Kruis: Kort, lichtjes hellend.
  • Borstkas: Diep, van middelmatige breedte, tamelijk gewelfd, niet te vlak of te rond.
  • Buik: Sierlijk gebogen ruglijn naar de achterhand.
    LEDEMATEN:
  • VOORHAND: Zijdelings en van voren gezien recht.  Evenwichtige houding dankzij een stevig skelet.
  • Schouders: Breed, middelmatig lang, schuin, goed aangesloten en krachtig gespierd.
  • Voormiddenvoet: Lichtjes schuin geplaatst ten opzicht van de onderarm.
  • Voeten: Ovaal , gesloten tenen, lichtjes gewelfd, harde voetzolen, korte nagels die zo donker mogelijk zijn.
  • ACHTERHAND: Van achter gezien recht, goed gehoekt.
  • Dijen: Breed, goed gespierd.
  • Sprongen: Goed aangeduid.
  • Voeten: Compact, ovaal van vorm.

                    

                                     GANGWERK:          

  • Vloeiend en uitgrijpen, zowel in pas als in draf (zonder verticale verplaatsing).  De hond gaat dikwijls in telgang.

 

  • HUID: goed aanliggend, zonder plooien.
  • VACHT: Het gehele lichaam is bedekt met grof, dik, dicht en overvloedig haar.  Zachte ondervacht.  Het haar is recht, licht gegolfd is aanvaardbaar.  De lange van het voorhoofd afvallende haren bedekken de ogen op een typische wijze.
  • KLEUREN: Alle kleuren zijn toegelaten

STAART:
  • Kort van geboorte of korte gecoupeerde staart.

  • Niet gecoupeerde staart tamelijk lang en overvloedig behaard.  In rust hangend. Bij opgewektheid word deze vrolijk over de rug gedragen, maar nooit opgerold of op de rug liggend.

  • Staart van verschillende lengten, niet gecoupeerd, op verschillend wijze gedragen.

 

  • FOUTEN: Iedere afwijking op het voorgaande moet aanzien worden als een fout en zal bestraft worden in verhouding tot de afwijking.

 

  • N.B: De reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

 

Vertaling uit het Frans: Lucienne Jasica

English Menu Svensk Meny