| ORIGINE: Polen
ALGEMEEN BEELD EN KARAKTER:
De Poolse herder van de laagvlakte
is een middelgrote, compacte, sterk bespierde hond met een lange dichte
vacht. Zijn goede verzorgde vacht geeft hem een aantrekkelijk en
interessant uitzicht. Hij is levendig, maar beheerst van aard, waakzaam,
oplettend, leerzaam en bezit een goed geheugen. Hij is bestand tegen
ongunstige klimaatsomstandigheden.
- Schofthoogte:
Reuen: 45-50 cm
Teven : 42-47 cm
- Proporties Hoogte/lengte: 9/10
- Type: De hond moet het werktype
bewaren en mag daardoor niet kleiner zijn dan de minimummaten.
Hij mag ook niet te fijn of te teer zijn.
- Gebruik: Gemakkelijk handelbaar,
hij werkt als herder en bewaker en in de stad is hij een goede gezelschapshond.
HOOFD:
- Van middelmatige grootte en verhouding,
niet grof. Zijn dicht ingeplante haren op de schedel, wangen en
kin geven aan het hoofd de indruk groter te zijn dan in werkelijkheid.
Verhouding schelde snuit 1/1, of snuit mag iets korter zijn.
- Schedel: Middelmatig breed, licht
gewelfd, voorhoofdsgroef en achterhoofdsknobbel goed voelbaar.
- Stop: Goed aangeduid.
- Snuit: Sterk met sterke neusrug.
- Neus: Zo donker mogelijk in verhouding
tot de vachtkleur.
- Lippen: Goed aanliggend, de randen
in dezelfde kleuren als de neus.
- Gebit: Sterk gebit stevige tanden,
schaar of tanggebit.
- Ogen: Van middelmatige grootte,
ovaal, niet uitpuilend, hazelnootkleurig, met levende en doordringende
blik. Donkere oogomranding.
- Oren: Hangend, tamelijk hoog
aangezet, van middelmatige grootte, hartvormig, breed aan de basis.
De voorzijde liggen tegen de wangen. Oplettende beweeglijke oren.
HALS:
Middellang, sterk bespierd, zonder keelhuid, eerder horizontaal gedragen.
LICHAAM:
- Silhouet: Eerder rechthoekig
dan vierkant.
- Schoft: Goed geaccentueerd.
- Rug: Recht en krachtig bespierd.
- Lendenen: Breed en goed gebonden.
- Kruis: Kort, lichtjes hellend.
- Borstkas: Diep, van middelmatige
breedte, tamelijk gewelfd, niet te vlak of te rond.
- Buik: Sierlijk gebogen ruglijn
naar de achterhand.
LEDEMATEN:
- VOORHAND: Zijdelings en
van voren gezien recht. Evenwichtige houding dankzij een stevig
skelet.
- Schouders: Breed, middelmatig
lang, schuin, goed aangesloten en krachtig gespierd.
- Voormiddenvoet: Lichtjes schuin
geplaatst ten opzicht van de onderarm.
- Voeten: Ovaal , gesloten tenen,
lichtjes gewelfd, harde voetzolen, korte nagels die zo donker mogelijk
zijn.
- ACHTERHAND: Van achter
gezien recht, goed gehoekt.
- Dijen: Breed, goed gespierd.
- Sprongen: Goed aangeduid.
- Voeten: Compact, ovaal van vorm.
GANGWERK:
- Vloeiend en uitgrijpen, zowel
in pas als in draf (zonder verticale verplaatsing). De hond gaat
dikwijls in telgang.
- HUID: goed aanliggend, zonder
plooien.
- VACHT: Het gehele lichaam is
bedekt met grof, dik, dicht en overvloedig haar. Zachte ondervacht.
Het haar is recht, licht gegolfd is aanvaardbaar. De lange van
het voorhoofd afvallende haren bedekken de ogen op een typische wijze.
- KLEUREN: Alle kleuren zijn toegelaten
STAART:
-
Kort van geboorte of korte gecoupeerde
staart.
-
Niet gecoupeerde staart tamelijk
lang en overvloedig behaard. In rust hangend. Bij opgewektheid
word deze vrolijk over de rug gedragen, maar nooit opgerold of op
de rug liggend.
-
Staart van verschillende lengten,
niet gecoupeerd, op verschillend wijze gedragen.
- FOUTEN: Iedere afwijking op het
voorgaande moet aanzien worden als een fout en zal bestraft worden in
verhouding tot de afwijking.
- N.B: De reuen moeten twee normaal
ontwikkelde testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.
Vertaling uit het Frans: Lucienne
Jasica
|